Het schilderij

Fietje en Anton woonden aan de Boulevard en keken uit hun panoramisch raam zo over het strand en de zee. Wij die achter de Boulevard woonden, konden achterom over het schelpenpaadje naar ze toelopen. Anton was erg geïnteresseerd in Herman wat het vak betrof. Hij gaf hem vaak adviezen en ideeën en bood zelfs aan een liedje voor hem te schrijven.

Herman vond dat een enorme eer, want Anton was een gerespecteerd entertainer. Anton had zijn sporen al verdiend in het vak, hij maakte zelfs plannen om de grote oversteek te maken, “eerst om me te oriënteren” zoals hij aan ons vertelde.

Wat de mensen echter niet wisten was dat Anton een meer dan verdienstelijk kunstschilder was. Zijn stijl was heel vrolijk en kleurrijk. Hij had nog nooit schilderles gehad. ‘Ik zit maar wat te doen en te prutsen in mijn atelier en soms lukt dat wel, toch?’ vroeg hij olijk. Hij kon tot in de kleinste details schilderen, volgens mij had hij een fotografisch geheugen. De portretten van zijn ouders en ander werk hingen in de gang, de schilderijen van Fietje en zijn kinderen hingen in de grote smaakvol ingerichte woonkamer.

Wij raakten, ook buiten het vak, bevriend omdat twee van hun jongens met Hansje speelden in de voetbalclub Z.V.U. ( ZandvoortVooruit).
Fietje was een lieverd, zeker voor mij, ze kon zo goed luisteren. Ik kon altijd mijn hart uitstorten en haar vertellen over mijn problemen met Herman. Zij gaf mij niet alleen wijze levenslessen, maar had ook zo haar ideeën over het artiestenvak. Over de vele verleidingen waarmee een artiest te maken kon krijgen. ‘De basis, Marit,’ zei ze dan. ‘De basis is dat thuis hét rustpunt is.’
‘Ja, daar heb je gelijk in, maar daar moeten er wel twee voor zijn!’
‘Natuurlijk, maar het zijn kunstenaars en die staan bloot aan veel spanningen.’
Ze vergoelijkte veel, ach ja, uiteindelijk had ze ook tien jaar langer ervaring dan ik.

Op een avond zat ik bij hen wat te keuvelen over ditjes en datjes, we wachtten tot Herman terugkwam van zijn voorstelling in Haarlem. Hij zou zich bij ons voegen, zodra hij klaar was.
Plotseling zei Anton tegen mij: ‘We gaan een grap uithalen met Herman. Ik ga hem het schilderij laten zien dat ik van jou gemaakt heb Marit.’
‘Van mij? Oh, wat leuk, ik voel me vereerd, maar wat is daar de grap van?’
Fietje reageerde onmiddellijk. ‘Zou je dat wel doen Anton?´
Hij stond op en pakte een groot langwerpig schilderij op, wat met een paar andere doeken tegen de muur stond en zette het op de gesloten pianoklep.
‘Ja, natuurlijk schat, dat is toch leuk!’ zei hij en draaide het schilderij om.
Een naakte, jonge vrouw lag in een uitdagende houding met haar rug naar ons toe, op de bank van de woonkamer van Fietje en Anton. Ik wist niet wat ik zag. Het jongensachtige figuur, het donkere kort geknipte haar was zo levensecht, dat het leek alsof ik naar mezelf keek. Mijn mond viel open van verbazing en schrik. Anton schaterde het uit. Fietje draaide het schilderij om. ‘ Zie je nou wel, als Marit al zo schrikt, laat staan hoe dat straks gaat als Herman het ziet.’

‘Maar Fietje, dit kan niet, dat ben ik niet.’ Ik hoorde hoe hulpeloos ik klonk. ‘Ik heb helemaal nooit voor Anton geposeerd, echt niet!’
‘Dat weet ik wel, niemand poseert ooit voor hem. Bovendien is dit een grapje van Anton,’ antwoordde zij en keek haar man wat bestraffend aan.
‘Maar je hebt wel zo’n figuurtje,’ zei hij onmiddellijk met een vrolijke twinkeling in zijn ogen. ‘Ha,ha, heb ik je even tuk zeg. Jullie moeten straks wel meespelen hoor. Kom, we laten Herman even schrikken, hij heeft best gevoel voor humor.’
Ik knikte, voelde me toch wel ongemakkelijk en ik begreep ook de grap niet.

Vlak daarna kwam Herman binnen. Er werd wat over het optreden gebabbeld en nog wat gedronken. Toen zette Anton zijn glas neer en zei argeloos tegen Herman: ‘Zeg Herman, ik heb Marit geschilderd, wil je het zien?’
‘Ja natuurlijk, leuk zeg.’ Herman wendde zich tot mij. ‘Jij hebt mij helemaal niet verteld dat je voor Anton geposeerd hebt!’
‘Nee, dat klopt, het is bedoeld als verrassing, alvast voor je verjaardag,’ loog ik tot mijn stomme verbazing.
‘Ik ben helemaal nog niet jarig,’ zei Herman.
Anton liep al naar de piano en draaide het schilderij om en zei: ‘Voilà Marit, met liefde geschilderd.’ Anton’s ogen schitterden van pret, hij had een grote grijns op zijn gezicht terwijl ik met kromme tenen zat. De verbijstering op Hermans gezicht was groot; hij kwam bijna niet uit zijn woorden: ‘ Maar… maar… zij is helemaal naakt.’ Hij wees met zijn vinger naar het portret. ‘Marit ligt met haar billen bloot!’
Hij liep bijna paars aan.
‘Ja, goed getroffen hè, zelfs de kuiltjes boven haar billen komen er mooi op uit. Prachtig, al zeg ik het zelf, en dat linkeroortje.’ Anton wees alles nog eens extra aan zodat Herman het goed kon aanschouwen.
‘Maar dat weet ik alleen, dat Marit daar twee kuiltjes heeft,’ zei Herman vertwijfeld.

Fietje had al die tijd niets gezegd. Ze merkte natuurlijk aan Herman, dat hij het helemaal niet leuk vond en ik wist ook niet wat ik moest doen.
‘Nu is het wel genoeg geweest Anton, en sta niet zo te grinniken. Vertel maar dat het allemaal als grap bedoeld was, ga nu het echte schilderij van Marit maar halen’.

Herman keek naar mij, ik haalde mijn schouders op, ik wist ook niet wat er stond te gebeuren. Ik merkte wel dat er voor hem de lol van af was.
Anton kwam terug met een schilderij en zette dat op de schildersezel.
‘Nou, wat vinden jullie hiervan?’ Hij keek ons hoopvol aan.

Ik was geschilderd met een wit geschminkt gezichtje, zoals een ‘Pierrot’ waarin mijn donkere ogen en wenkbrauwen goed uitkwamen. Met mijn mosgroene mohairvest aan, de brede revers waren precies weergegeven. Het was treffend tot in de details. Wij keken met bewondering naar het schilderij. Fietje zei: ´Je bent het echt zo…´ En merkte op dat het groen van het mohairvest zo mooi uitkwam en dat ik er heel aandoenlijk uitzag. ‘ Ja, je bent het echt zo… ‘ herhaalde ze.
Anton zei tegen mij, ‘ je hebt wel wat weg van die ouwe filmkomiek Harold Lloydd, die kon ook zo melancholiek kijken.’
‘Dat kan wel kloppen, mijn vader speelde amateurtoneel en hij kon hem heel goed nadoen.’
Herman die nog niets gezegd had, keek steeds naar mij en naar het schilderij. ‘Ja Marit, dat ben je echt zo… sprekend, prachtig. Mijn complimenten hoor.’ En na een korte pauze vroeg Herman: ‘Maar hoe zit dat nou met dat naaktportret?’
´Tja,’ antwoordde Anton, ‘ze lijken alle twee, echt zó nietwaar?’ En hij begon keihard te lachen…

Het schilderij - Rim Sartori